"STILLE OMGANG" in ere hersteld

Bericht geplaatst op 24-06-2010

Een van de vele tradities die Rood en Wit rijk is, is de "STILLE OMGANG" die Aryan van der Leij afgelopen zondagavond op een geweldige wijze weer nieuw leven heeft ingeblazen. Voor diegene die er niet bij was.........

"Stille omgang 2010".

Vooraf het eerste feit: dit is het hoofdveld vanaf 1909.

1 Wicket, Saint Jacob’s End

Sobers was in 1966 de beste cricketer ter wereld. Een Engelsman heeft gezegd dat je als je
tegen Sobers speelde tegen 14 man speelde. Want hij was hij de beste batsman, behoorde bij
de beste twee bowlers en drie beste fielders van de wereld en die telden dubbel.
Op 27 juni 1957 was hij hier, met een hele lading West Indiers, om te spelen tegen het Nederlands
elftal. Het was de eerste keer dat de meesten van ons zoveel zwarte mensen bij
elkaar zagen (als we er ooit een gezien hadden in die dagen). Lefthander. 101 had hij er, 4
maal 6, allemaal richting Hout want aan de overkant stond een volgepakte tribune. Vond ie
te gevaarlijk gaat het verhaal.
Halverwege de pitch: deze plek heet silly mid off, de gek die halverwege het wicket gaat
staan fielden aan de kant waar de batsman de bal het liefste zo hard mogelijk naar toe drived.
Onthoud u die plek.

2 Wicket, Wood End

1962. Kampioenswedstrijd tegen HCC2, ijzersterk team met o.a. Peter van Arkel, vader van HP.
Er waren er ongeveer 170 te maken en dat ging niet vanzelf. Maar wij hadden Ruud Onstein
die zich helemaal vastbeet in die wedstrijd en slag voor slag het kampioenschap naderbij bracht.
Aan de andere kant vielen de wickets. In kwam Jan Carel Luining, niet de meest begenadigde
batsman. “Wegstappen en halen”. Om aan het wicket te blijven ging Ruud voor een eentje.
Jan Carel bleef stokstijf staan. Ruud holde direct door naar de kleedkamer onder de houten
tribune. 83 gemaakt, kapot, huilend op de massagebank. Huib ter Haar scoorde de laatste
runs. Kampioen!

Daar zongen we later over (1981):
Ruud Onstein wilde winnen op een mooie dag
Hij had er al zo’n tachtig en gaf een mooie slag
Maar aan de overkant stond als ik mij niet vergis
Jan Carel vastgenageld toen liep het zaakje mis
Dan roept er een JA!
Dan roept er een NEE!
Dan roept er een HA!
Dan roept er een HE!
En zo gaat het nu al honderd jaar
Dan roept er een GVD

3 Naast de screen, Wood End

Dit wordt de Rivièra genoemd omdat het hier ’s zomers erg heet kan worden. De plek voor
de nestoren van de club, in onze crickethumor, komisch, om te lachen maar toch leuk: Het
Straatje van Drees. Ze kregen immers AOW en ‘trokken dus van Drees’ die daar als ministerpresident
voor gezorgd had.
Mr. Fik Davidson, wist heel veel over het spel, je zou hem tegenwoordig het brein van de
club noemen. Die zat dus hier, gebracht door Ato van der Togt, een van de meest kleurrijke
spelers van Rood en Wit, komt nog terug. Daarnaast ook vaak Jonkheer van Lennep, door
ons om onduidelijke redenen ‘oude Naad’ genoemd. Jaap van Baasbank, jarenlang voorzitter
geweest. Later schoven de jongeren aan die nog niet eens van Drees trokken: Piet Ligtenstein,
Piet Hagenaar, Max Slingenberg.
Als je het als speler goed deed, liep je een rondje. Kon je nog op je flikker krijgen al had je 5
wickets. “Wel te veel wides.” Maar nooit van Davidson en Ato. Als je het slecht deed liep je
uiteraard geen rondje.
Ato was in die jaren de meest betrokkene want die zat ook in de elftalcommissie. Hij haalde
ook de ballen uit de Hout als ze erin geslagen werden. Er zijn jaren geweest dat dat hek niet
openkon, dan moest je erover heen. Een keer ging het mis, bleef hij hangen, bloed aan een
punt, en toen volgde het legendarische ‘godvordomme’.
Zongen wij later: Wat gek, wat gek, Ato hangt aan het hek
Deze punt doop ik de punt van Ato.

4 Bij de kooi

Vroeger had je geen negers, zei ik al eens eerder. Maar op een dag in de zestiger jaren kwam
er een uit Suriname en die kon cricketen zei hij. Suriname? Cricketen? Daar hadden ze bij
Rood en Wit nog nooit van gehoord. Suriname was toch een kolonie vol vrijverklaarde slaven?
De elftalcommissie onder leiding van Ato van der Togt was op zijn hoede. Maar eens
proberen in het vierde. Tegelijkertijd had zich een Engelsman aangemeld. Die had verteld dat
hij de innings geopend had voor Fuckinghamshire en nog een aardige medium pace bowler
was en uiteraard in de covers goed mee kon komen. Hij was dus – blank, keurig-Engels, kostschooltype
- ongezien in het tweede gezet. Het tweede speelde toen in de op een na hoogste
klasse, tegenwoordig eerste klasse geheten. Op een zaterdagmorgen kwam eerst die
Engelsman trainen. In de startblokken ons lange afstandsgeschut: Hans van Son (‘Snollie’), Jan
Willem Tuininga en ik, 18, 19 jaar oud. Ook Ruud Onstein, vele wickets in Nederlands elftal.
Zo hard mogelijk naar de overkant, we zouden die twee wel even een poepje laten ruiken.
Keihard! Engelsman met padden aan, handschoenen, bat in de handen. Uit de blokken! Snollie
eerst, pats! daar ging de offstump. Jan Willem: ook raak, ikzelf … van de eerste zes ballen die
wij onderin de stokken gooiden waren er geloof ik vijf direct hits. Ik zie die palen nog vliegen.
Ato verschoot langzaam van kleur. Engelsman af. Toen kwam Walter Brathwaite. Die ging
staan, grijnsde en riep: “Com’on, bowl man!” Zo van: kom op met je stront. Daar gingen wij
weer los, die neger zouden we ook wel eens! Nog harder. Walter soepeltjes door zijn knieën:
pats dwars door de cover! Onderin de legstump: tsjak door de midwicket. Affijn, die neger
kon er dus echt wat van! Ato heeft Walter in twee gezet – welgeteld één wedstrijd, daarna
heeft hij in een en in het Nederlands elftal gespeeld– en die Engelsman in vier en die hebben
we daarna nooit meer gezien. Walter, drie jaar voor Rood en Wit gespeeld, gemiddeld 30,
dat was meer dan welke Rood en Witter ooit in die tijd, 153 gemaakt tegen Bloemendaal. De
eerste neger die je vroeger had was steengoed!

5. Bij het kunstgrasveld

Hier heeft de generatie van baby boomers van 45-48 het spel geleerd, "het grote bijveld". Een
staantribune waaronder je schuilde voor de regen. Je leerde ook scoren in die tijd. Moest wel
want er was echt geen vader die dat deed. Harde bal, geen watjesgedoe met plastic. Hier
heeft menige international zijn eerste 4 geslagen. Hier was het ook waar Jaap Vogelaar zijn
reputatie heeft opgebouwd. In 1958 heeft hij vanaf de pitch een bal gehoekt die zonder stuiten
een deuk veroorzaakte in de zijdeur van een Volkswagenbusje dat daar passeerde. Bam!
Busje komt zo! Maar: verkeerde plek, verkeerde tijd.

6. In de hoek bij voetbalveld 3

Hier was voordat veld 4 werd vergroot en het helicopterveld erbij kwam veld 3. Belangrijkste
was dat er een bordje stond met een grote 3 erop. Dat bordje, daar hadden wij als jongetjes
groot ontzag voor, dat wil zeggen, ontzag voor degeen die de bal erover heen kon slaan. Met
het huidige materiaal misschien een eitje, maar toen moest je hem toch wel stevig raken. Degeen
die dat goed kon was Herman Meijers. Lid van het kampioensteam van 1962. Die man
had nog meer kwaliteiten: cricketschoenen met stalen neuzen en een paar stevige handen.
Die stond dus op silly mid off, ik heb u dat aangewezen. Drives hield hij met die schoenen tegen.
En hij had in dat jaar 15 vangen op die plek, in 14 wedstrijden. Zonder helm of protector.
1
7. De screen, Saint Jacob’s End

Dit is zonder twijfel de plek waar hele generaties van Rood en Witters de meeste runs heeft
gemaakt en zeker de meeste zessen heeft geslagen en ook de meeste blessures heeft opgelopen.
Met erachter de houten voorkant van de tribune en een breedte van het hek die zich
aanpaste aan de hoeveelheid deelnemers speelden wij vieren en zessen. Zonder stuiten 6,
met 4. Naast de afgemeten breedte van het hek, over het hek, over de screen en gevangen
was je uit. Wie de meeste runs maakt wint, we waren onze tijd ver vooruit. Leerde je ook
slim bowlen van. En over de fielder heen slaan, keihard op de screen. Geluid vervliegt maar
het moet ongeveer zo geklonken hebben (bal op screen). Naast de screen een klok met Heineken
eronder. Verhaal gaat dat er een krat te verdienen was wanneer je die raakte. Bij mijn
weten nooit gebeurd. Brengt me op Ato want die was van Heineken: elk jaar opening van het
seizoen bovenin de brouwerij met bier op precies de goede temperatuur. Voorproefje van
het seizoen, dat was alleen al een reden om bij de selectie te willen horen.

8. Tussen de screen en hoek bij het scorebord

In de nacht van 11 op 12 september 1974, werd Freek van Muiswinkel door de eerder genoemde
Jan Carel Luining van huis gehaald met de kreet: “Freek kom kijken, het hele paleis
staat in de fik!” Een pyromaan had de oude houten tribune aangestoken en dat brandde
geheel af, inclusief wat wij toen het clubhuis noemden. Toen was net de eerste paal van het
nieuwe clubhuis geslagen. Toeval? In de eerste musical van HFC (1989) wordt uitgelegd dat
de hand van De Heer er achter zat. Toeval bestaat niet. Met de tribune verdween helaas het
vieren en zessen want er was nou niks dat de bal kon tegenhouden als je over het hek heen
sloeg.
Wat ook verdween zijn de houten kleedkamers. Je liep onder het publiek door naar binnen,
links de tegenstanders, rechts Rood en Wit. Hout heeft een bijzondere akoestiek. Waar wij
ons als jongetjes heel erg op verheugden was het moment dat volgde wanneer Ato LBW
werd gegeven. Dan beende hij het veld af, hekje door, pad over, onder de tribune rechts,
even stilte en dan, ja hoor, “godvordomme” en BAM! Bat tegen de wand.

9. Voor het nieuwe clubhuis

In de zomer van 1974 voordat de tribune afbrandde moet hier ergens op de betonnen statribune
die hier stond de Supportersclub hebben gezeten tijdens wedstrijden van het eerste.
Ik citeer uit het HD, 6-6-1974. “De supportersclub van Rood en Wit, die afgelopen zondag
met veel lawaai en enthousiasme hun eerste elftal aanmoedigde, heeft in den lande nogal wat
opschudding teweeggebracht met deze voor cricket ongebruikelijke manier van ondersteuning.
Van alle kanten kreeg men in de pers kritiek te verduren. Men vond dit geen manier om
een cricketwedstrijd te volgen en vooral niet bij Rood en Wit, waar men zoiets helemaal niet
verwachtte.” Het bestuur van de supportersclub: Jaap Bubenik, Herman Vernout en Thijs Asselbergs.
“De supportersclub heeft voor de volgende thuiswedstrijd van Rood en Wit alweer
een uitgebreid arsenaal aan toeters, bellen en blikjes klaarliggen om te proberen Rood en Wit
tot betere prestaties te brengen.”
Historie geschreven dus! Toeters daar kijken we sinds de introduktie van de vuvuzela helemaal
niet meer van op, maar toen werd er schande van gesproken. Vooral op Rood en Wit!

10 Voor de tribune

Rood en Wit houdt van theater, al vanaf 1966. Ik zal u besparen wat er allemaal is gezegd en
gezongen maar ik kan u verzekeren dat het heel veel is. Jubileumboek 2006 bevat een hoofdstuk
van Erik van Muiswinkel die o.a. zegt dat hij in het oude clubhuis in 1972 als 11-jarige zijn
debuut heeft gemaakt met een badmuts op om Pieter Kalbfleisch te imiteren. De bakermat
van een carrière dus. Met hem: Lucas en Thijs Asselbergs, Philip Hering. Dat had hij natuurlijk
niet van een vreemde want ik zei het al eens: Vroeger had je Freek. Als die man schuifdeuren
zag dan moest er iets worden opgevoerd. Ik neem er nu een, 11 juli 1981, 100-jarig bestaan.
Hier voor de tribune. Podiumpje met een dekzeil erboven en erachter, ’t is donker dus het
zal na 11 uur geweest zijn. Eelko Vellema zorgt voor licht en geluid. Het stormt. Dat kun je
in de geluidsopname horen. Daar zijn ze dan: Lucas en Hans Asselbergs en Carlos Zwikker
(fantastische) muziek, Freek en Erik van Muiswinkel, Piet Domhoff, ondergetekende. Daar
komt Freek op met een blazer en een tasje en spreekt zijn eerste zin uit, zeer geaffecteerd:
“Toen ze mij vroegen of ik veurzitter wilde worden van de sjubileumcommissie, zei ik, kaerel,
ik moet daar even over nadenken maar ik wil het graag doen.” Toen hoorde je Frans
Kottman op de eerste rij al huilen van het lachen. Die conference ging, in telegramstijl, aldus:
“We moesten toen aan de fund-reezing.” “Toen kwam ik op een volstrekt uniek idee, werkelijk
uniek: we zouden het fund reezen met een sjubileumwijn.” “Dat uniek idee bleken
alle andere verenigingen ook te hebben gehad, dus besloten we een kleine tour te maken.
Een proeftour.” Waarop hij via de sjubileumwijn commentaar gaf op de cricketclubs. Uit het
tasje was inmiddels een fles en een glas verschenen. En elk keer werd er getoast. “KonUD,
Utile Dulci, duidelijk IJsselachtige afdronk, een typisch Slubberswijntje.” Tenslotte – hij was
er na al dat proeven al bij gaan zitten geloof ik - kwam hij bij: VOC. Daar hadden ze geen
sjubileumwijn, maar – de tas ging weer open, een sjubileumkruik. “Met van die hele kleine
glaasjes” “VOC-OC holadijee.” “Kom jij maar bij de baas” Frans Kottman had zich inmiddels
benat van het lachen.
Ook hier, 1981, “Dan roept er een JA, dan roept er een NEE!”, hebben we al gehad. En misschien
wel het mooiste lied over liefde voor cricket, van Erik en Lucas:

“Als het laatste flauwe grapje van de meester voor de klas
God zij dank niet eens begrepen, daarna weggestorven was
Gingen soms wel een paar vriendjes stiekum naar de bioskoop
Maar op woensdagmiddag had je toch één uitzicht maar, één hoop
In je korte witte broekje op het grote groene veld
In het verste kleine hoekje werd je één voor één geteld
Door een mister dit-of-dat, die bijna alles weet
Behalve na twee maanden nog steeds niet hoe je heet
Woensdagmiddag groene middag aan de Spanjaardslaan
Waar je steeds die cricketbal en soms elkaar mocht slaan
Woensdagmiddag, zomermiddag, nooit eens regen, altijd zon
Waar het cricketspel je moeiteloos voor eens en altijd won”
Later, 1992, zongen wij toen we Rood en WIT 111 vierden (Nelson on the board):

Cricket, lovely cricket,
Cricket simply is the best
Cricket, lovely cricket,
Van de petjes tot de test
Cricket hoe leg je het uit
Cricket hoe pak je dat aan
Cricket, lovely cricket,
‘t is geen sport, ‘t is je bestaan!

Tot volgend jaar: 130!

Aryan van der Leij



Sponsors

Mededelingen

PARKEREN & ROUTE : VOLG VAN LIMBURG STIRUMSTRAAT PARKEERPLAATS s.v.p. bij de school (zie onder), niet bij de ingang cricketveld!
Volg route : Van Limburg Stirumstraat - niet naar Leidsevaartkant! LET OP ALLEEN PARKEREN IN DE ZIJSTRAAT VAN LIMBURG STIRUMSTRAAT (er staat een geel bord 'school' boven de Wagenweg) deze is 50 meter ten noorden van de wandelingang Wagenweg 240 bij EINDENHOUT. Vanaf parkeerplaats 200 meter lopen door het parkje met tuinkoepel naar het veld. Tas tillen svp, niet over schelpenpad trekken. Moet lukken :-). Auto's niet parkeren bij de ingang cricketveld. Lees verder

KNCB magazine CricketNL
Bekijk het nieuwste magazine van de cricketbond: CricketNL

CricketNL verschijnt wekelijks in het seizoen! Daarbuiten tweewekelijks. Lees verder