the glorious uncertainty of cricket: Onstein (2)

Bericht geplaatst op 04-06-2010

Voormalig international en Rood en Wit 1 speler geeft zijn visie op het huidige Nederlands Elftal.

Ruud Onstein

 

14 June 2010

Met gemengde gevoelens heb ik de afgelopen vier dagen gekeken naar de Intercontinental Cup wedstrijd van Nederland tegen Schotland in Deventer. Ik had mij er erg op verheugd, Twenty/20 cricket is leuk, 50 overs ook, maar meerdaags cricket is het leukst.

Bij aankomst in Deventer had ik moeite om de Nederlands elftal spelers te herkennen, dat lag niet aan mijn ogen maar aan het feit dat ik sommige spelers hier niet verwacht had. Er was er zelfs één bij die ik niet kende. Dat lag natuurlijk meer aan mijzelf dan aan de betreffende Wilfred Diepeveen van VCC.

Maar liefst zes spelers die meededen in de wedstrijd tegen Northants waren vervangen. Daar zat ook Michael Dighton tussen, die in deze wedstrijd niet opgesteld kan worden en Cooper en Kruger die waarschijnlijk niet gerechtigd waren, maar waar waren Bukhari, Buurman, Kashif, Statham, Maurits Jonkman en Zuiderent, allemaal spelers die tot de selectie behoren.

En wat is er toch aan de hand met Daan van Bunge? Navraag leerde dat zij moesten werken of geen vrije dagen meer ter beschikking hadden of geen zin hadden in een vierdaagse. Daarmee werd meteen de achilleshiel van het Nederlandse cricket blootgelegd. Het internationale programma is zo veeleisend dat werkende en of studerende spelers niet alles kunnen meemaken.

Ik vrees dat het meerdaagse cricket in Nederland nooit van de grond zal komen, tenzij wij er van jongs af aan mee gaan werken. De mooie plannen van een paar jaar geleden van meerdaagse wedstrijden tussen regio teams zijn een zachte dood gestorven. Er wordt met geen woord meer over gerept.

Terug naar de vierdaagse tegen Schotland. Gezien de afwezigheid van zoveel spelers was de prestatie die het gehavende elftal leverde, verlies op de vierde dag met 4 wickets, zo slecht nog niet. Er viel veel te genieten. Vierdaagse cricket heeft zoveel meer in zich dan het limited over cricket, bijna elk moment van de wedstrijd moet een aanvoerder nadenken en een beslissing nemen. De Engelsen zeggen: Als Napoleon had kunnen cricketen, dan had hij de slag bij Waterloo niet verloren. Het geeft een beetje aan waar het allemaal om draait.

Tijdens de vier dagen in Deventer heb ik kunnen genieten van een fantastische innings van debutant Wilfred Diepeveen, van een goede innings van debutant Steven de Bruin. Van het uitgekiende batten van de Schotten die zich in een winnende positie wisten te spelen en Nederland naar een zekere nederlaag dreven.

En dan ineens de opleving van Nederland met een geweldige innings van Peter Borren,. Eerst probeert hij drie uur lang tot het einde van de derde dag een innings nederlaag te voorkomen door alles tegen te houden. Als dat tenslotte gelukt is probeert hij Nederland aan het begin van de vierde dag aan een voorsprong te helpen. Samen met Pieter Seelaar, die zijn wicket ophoudt, slaagt hij daar meesterlijk in. Een drinkpauze wordt hem vervolgens fataal, maar hij heeft dan wel een century gescoord en Seelaar neemt zijn taak over. Je ziet dat de Schotten hier niet op gerekend hadden. Nederland eindigt de tweede innings met een voorsprong van 76 runs.

En dan gebeurt er alweer iets wonderbaarlijks. Mark Jonkman toont aan hoe goed hij kan bowlen. In een alles verwoestend spell neemt hij Nederland op sleeptouw en dringt hij Schotland in de verdediging. De wedstrijd kantelt. In 8 overs neemt hij 5 wickets voor 10 runs en Berend Westdijk neemt ook een wicket waardoor de Schotten ineens op 18/6 staan en met knikkende knieën langs de kant zitten. Gaat het dan toch nog mis, zie je ze denken.

Dan hervindt Schotland zich door McCallum en Haq. Zij gaan er voor staan en draaien de zaak weer om. Het was prachtig om te zien en ook hier hebben de Engelsen een gezegde voor;  ‘the glorious uncertainty of cricket’.

Coach Peter Drinnen is ook een liefhebber van meerdaags cricket, hij denkt dat het een meerwaarde kan zijn voor zijn selectie. Hij wordt echter telkens weer geconfronteerd met de beperkingen van zijn selectie. Ik hoop van harte dat het nog eens goedkomt met ons meerdaags cricket en met onze deelname aan de Intercontinental Cup, een prachtig toernooi.

Bob Woolmer was de bedenker van dit toernooi toen hij Development Officer was van de ICC. Hij meende dat als de ‘Associates’ meerdaags cricket gingen spelen zij nog beter zouden worden en aansluiting konden vinden bij de Testlanden. Bob Woolmer was een ziener en nu maar hopen dat wij in Nederland ook nog eens het licht gaan zien

 

Ruud Onstein
3 June 2010

Nu het Nederlands elftal zes van de twaalf wedstrijden in de Clydesdale Bank 40 competitie heeft afgewerkt, kan er een soort tussenbalans worden opgemaakt.

Ik stam uit de tijd dat wij ook wel eens tegen een county team speelden, ik herinner mij wedstrijden tegen Hampshire, Essex, Kent en Middlesex en misschien nog wel een paar, maar die schieten mij nu niet te binnen. Twee van die counties zijn, nu bijna vijftig jaar later, weer tegenstander van het Nederlands elftal, echter op een totaal andere basis. Zoek de verschillen zou ik willen zeggen.

In de eerste plaats, in mijn tijd waren wij geen partij voor de counties – we verloren bijna altijd en soms, ook toen regende het wel eens, bereikten we een draw. Maar ook toen staken wij veel op van de manier waarop countyspelers hun sport bedreven.

Grote namen kwamen naar Nederland en lieten hier zien wat ze konden. Derek Underwood, Mike Brearley, de West Indiër Marshall, Alan Knott, Alan Moss, Price en Parfitt om er maar eens een paar te noemen, speelden allemaal in Nederland en verzorgden een soort exhibition. De spelers van het huidige Nederlands elftal kennen de namen van de toenmalige sterren waarschijnlijk niet eens, maar zij spelen nu tegen dezelfde grootheden, maar dan van deze tijd zoals, Flower, Napier, Strauss, Boje en Hall.

En hoe anders is de setting. Het Nederlandse topcricket is zoveel sterker geworden en het leuke is dat Nederland gewoon een volwaardige tegenstander is geworden van de counties. De eerste zes wedstrijden hebben dat bewezen.

Vooraf zeiden coach Peter Drinnen en aanvoerder Peter Borren dat zij hoopten dat Nederland de counties af en toe een moeilijk moment kon bezorgen.

Dat bleek al meteen in de eerste wedstrijd tegen Yorkshire, waar Nederland pas in de laatste over zijn meerdere moest erkennen in de tegenstander. Het speelde gewoon een uitstekende wedstrijd en was nagenoeg even sterk.

Tegen Essex thuis speelden we nog veel beter en brachten we de Engelse kampioenen tot wanhoop. Alleen onervarenheid, we konden geen 6 runs in de laatste over maken, scheidde ons van de overwinning. De thuiswedstrijd tegen Middlesex was net iets teveel van het goede, Nederland was niet 100%, fieldde en bowlde veel minder dan in de voorgaande wedstrijden en verloor dan ook met ruim verschil.

Toen kwam de volgende wedstrijd tegen Derbyshire. De accu was weer opgeladen. Ik heb mijn ogen uitgekeken van zoveel professionaliteit van de Nederlandse spelers. Voor het eerst werd de tegenstander all out gegooid, hetgeen ook een enorme prestatie is in 40 overs en vervolgens werden de runs binnen getikt, maar op zo’n volwassen manier dat de Engelse toeschouwers er niet van op keken.

Een dag later tegen Northamptonshire kwamen we weer met een klap terug op aarde. Daar maakte Nederland iets mee wat ze nog niet eerdere hadden ervaren in deze competitie, bowlers van een andere orde. Bowlers die zoveel leven en beweging uit het wicket kregen dat ze schier onbespeelbaar werden. Mark Jonkman had in zijn bowlingbeurt ook al aangetoond dat hij die gave bezat, maar geen van de andere Nederlandse bowlers kon van deze omstandigheden profiteren, terwijl alle Engelse bowlers dat wel konden. Een zware nederlaag was het resultaat. Geen schande echter, wij zijn nog maar leerling professional met een amateur status.

Het is verbazingwekkend hoe snel de vooruitgang van het Nederlands elftal gaat en dat is voor het grootste gedeelte de ‘schuld’ van coach Peter Drinnen. Sinds zijn benoeming is het Nederlands elftal zoveel beter gaan spelen en is de waarde van een goede coach weer eens bewezen.

Een voorbeeld van zijn invloed is het fielden van het Nederlands elftal. Dat is in bijna alle gevallen een lust voor het oog en doet niet onder voor dat van de professionele ploegen.

Bowler Mark Jonkman is ook in grote wijze een product van zijn hand. Kenners zeggen van hem dat hij nog dit jaar gespot zal worden door één van de counties, en dat is dan weer de schaduwzijde van ons goede spel. Hij is dan niet alle wedstrijden meer beschikbaar, zie Ten Doeschate en Kervezee, maar aan de andere kant kunnen er ook weer nieuwe talenten opstaan.

Het woord verspreidt zich snel. De Engelse counties weten inmiddels dat ze niet hun tweede elftal naar Nederland moeten sturen, want dan heb je een grote kans om te verliezen en krijg je de hoon van de Engelse pers over je heen, zoals Derbyshire moest ervaren aan de hand van een stuk over hun verliespartij tegen Holland in de Daily Telegraph.

Het is toch nog steeds een schande, in de ogen van de Engelse pers, als Engelse professionele cricketers verliezen van Nederland, die nog steeds worden omschreven als part-timers.
Engelsen blijven Engelsen als het om cricket gaat, het is tenslotte hun sport. Maar de Nederlanders zijn geen part-timers meer, wij werken tegenwoordig ook met contracten, weliswaar nog kleine, maar het begin is er.

En als wij nu eens het geluk zouden hebben dat we net zoveel inkomsten konden genereren als een gemiddelde Engelse county dan ging Nederland voor de Wereldcup, net als onze voetballers de komende maanden in Zuid Afrika.

Nederland is door de ECB voor de komende jaren ook weer uitgenodigd om deel te nemen aan deze Pro 40 competitie. De penningmeester fronste zijn wenkbrauwen bij het ontvangen van deze uitnodiging want dat heen en weer gereis naar Engeland kost veel geld en dat is er dus niet. Misschien kunnen we een renteloze lening krijgen van de ECB, dat zou nog eens een helpende hand zijn. Of voor elke overwinning op een Engelse county een bedrag van 20.000 pond om de kosten te dekken.

Ik hoop van harte dat, ook zonder deze steun, Nederland volgend jaar weer meedoet, want het doet het Nederlandse topcricket alleen maar goed.

Ik heb enorm genoten van het cricket dat Nederland heeft laten zien in de Clydesdale Bank 40 competitie tot nu toe. In augustus wordt de strijd hervat en worden de laatste zes wedstrijden gespeeld, we kunnen nog steeds de kwartfinale halen, de eerste helft van de competitie heeft dat aangetoond. Hup Holland!

 



Sponsors

Mededelingen

PARKEREN & ROUTE : VOLG VAN LIMBURG STIRUMSTRAAT PARKEERPLAATS s.v.p. bij de school (zie onder), niet bij de ingang cricketveld!
Volg route : Van Limburg Stirumstraat - niet naar Leidsevaartkant! LET OP ALLEEN PARKEREN IN DE ZIJSTRAAT VAN LIMBURG STIRUMSTRAAT (er staat een geel bord 'school' boven de Wagenweg) deze is 50 meter ten noorden van de wandelingang Wagenweg 240 bij EINDENHOUT. Vanaf parkeerplaats 200 meter lopen door het parkje met tuinkoepel naar het veld. Tas tillen svp, niet over schelpenpad trekken. Moet lukken :-). Auto's niet parkeren bij de ingang cricketveld. Lees verder

KNCB magazine CricketNL
Bekijk het nieuwste magazine van de cricketbond: CricketNL

CricketNL verschijnt wekelijks in het seizoen! Daarbuiten tweewekelijks. Lees verder