Joris Jansen Schoonhoven (1934 - 2013)

Bericht geplaatst op 25-02-2013

Necrologie: Joris Jansen Schoonhoven overleden op 4 januari 2013.
 
Joris had een grote behendigheid in balsporten. In hockey blonk hij uit. Tien seizoenen lang speelde hij in Amsterdam 1 op een niveau tegen het Nederlands elftal aan. Of hij dat ooit gehaald heeft, is mij nooit duidelijk geworden, maar goed hockeyen kon hij zeker. Jarenlang kwam hij ook uit voor VRA 1. De eerste kennismaking die ik had met zijn naam was via het scoringboek dat Rood en Wit gekregen had van de Flamingoes bij haar 75-jarig bestaan in 1956. Het was zo´n groot, deftig boek waarin wij als jongetjes graag de wedstrijden van het eerste scoorden. Als er tijdens de wedstrijd tijd even niets te doen was bladerden wij terug. Hoge scores waren toen zeldzamer dan nu. Als je vakken met veel runs zocht, kwam je opvallend vaak de naam Jansen Schoonhoven voor, een naam waar Bordewijk zijn vingers bij af zou hebben gelikt, een aantal keer als nummer 1 van VRA met een score van rond de 90. Toen Joris jaren later verhuisde naar Haarlem en de overstap naar Rood en Wit maakte ontmoette ik als medespeler de persoon die bij die naam hoorde. Alert, altijd bereid tot welke discussie dan ook, maar ook iemand met oog en hart voor zijn medespelers die hij als maatjes beschouwde. Twaalf jaar ouder dan ik werd hij vice-captain in het tweede van Rood en Wit dat ik begin 70er jaren mocht aanvoeren. Gedreven door de sociale omwentelingen van de 60er jaren vond ik dat er wel eens iets mocht gebeuren aan wat je nu teambuilding zou noemen. We noemden onszelf de Mannschaft, droegen rood-wit gekleurde visserspetjes en gingen zingend in een keurig rijtje het veld op. Vanzelfsprekend spraken vele oudere leden er schande van maar ook die konden niet ontkennen dat er een hoop plezier van ons afstraalde. Joris was de oudste van dat gezelschap en viel met zijn Harris tweed jasjes en brogues flink uit de toon tussen de meer langharig georienteerde spijkerpakdragers. Uiterlijk maakte echter helemaal geen verschil, zoals het hoort. Hij was solidair met het team, hij deed er ook van alles aan om bij te dragen aan de sfeer. Bovendien maakte hij als openingsbatsman een hoop runs en sloeg als het zo uitkwam de eerste bal spijkerhard door de covers voor vier. Voor niemand bang. Toen hij weer eens voor het eerste speelde kreeg hij in dat nog helmloze tijdperk een bal van Rob van Weelde tegen zijn voorhoofd. Bloedend als een rund stortte hij neer. De toekomstige KNCBvoorzitter Van Ierschot, blind van felheid, gooide hem vanaf short leg run out. De week erna ging Joris er weer op dezelfde manier voor.
 
Cijfers vertellen dat hij tussen 1952 en 1976 125 topklassewedstrijden speelde voor VRA en Rood & Wit, 1870 runs maakte in 124 innings waarvan vijf keer not out, met een hoogste score van 92 – dat moet dus tegen Rood & Wit geweest zijn. In de hoofdklasse speelde hij tussen 1960 en 1968 33 wedstrijden , 30 innings met 106 als hoogste score en twee keer not out en in de eerste klasse 49 (1969-1973, daar zitten dus de Mannschaftjaren in) met 989 runs, 3 keer not out en 93 als hoogste score. Ook in de overgangsklasse heeft hij voor VRA en Rood & Wit 76 wedstrijden gespeeld en zo´n 1250 runs gemaakt. In totaal 283 competitiewedstrijden in 31 seizoenen. Omdat een seizoen in die jaren niet meer dan 14 wedstrijden telde waarvan er ook wel eens een verregende, was hij er dus vrijwel altijd, trouw aan zijn sport en zijn sportmaatjes. Buiten de competitie nog 18 wedstrijden op topklasseniveau (24 innings, 281 runs, 80 h.s.), dat zullen vooral Flamingo wedstrijden geweest zijn.
 
Die 93 kan ik mij nog goed herinneren. Het was meen ik tegen Groen Geel of een andere exotische eenheid die inmiddels van het veld verdwenen is. Ik vond dat hij voor zijn century moest gaan, staat toch altijd leuk op je CV zou je tegenwoordig zeggen. Ook ging ik ervan uit dat hij er nog nooit 100 had gemaakt maar de cijfers vertellen dat hij er 106 heeft gescoord voor VRA 1 in 1961. Had ik dat geweten, dan had ik mij een conflict kunnen besparen! Want hoe goed ik hem in die jaren ook kende, ik onderschatte een kant die nog niet aan de orde is geweest: zijn rebelsheid. Hij had schijt aan iedereen, autoriteit of niet, of – in mijn geval - anti-autoritair of niet. Na zijn wicket weggegeven te hebben kwam hij het veld af met de mededeling dat het van geen enkel teambelang was dat hij er honderd maakte. Daar viel niet tegenop te redeneren, wat ik ook zei.
 
Rebels, zeker. Toen hij eenmaal het hockey vaarwel had gezegd leek het hem tijd worden om deel uit te gaan maken van een illuster gezelschap voetballers dat bij de Koninklijke HFC bekend stond onder de naam F.C. Hondekop. Cricketers als Freek van Muiswinkel, Vivian Davis en Oscar (jonkheer) van Lennep trapten daarin hun balletje mee. Ook ik mocht als jongste bediende achter de onmogelijkste dieptepasses aan. De voetbalkwaliteiten waren niet hoog, maar dat gold zeker niet voor de verbale en bestuurlijke kwaliteiten: het elftal was hofleverancier voor sleutelposities aan de Spanjaardslaan. Het aanwezigheidsgehalte was dus ook zeer hoog, elke gelegenheid werd te baat genomen om dat te laten blijken. Gelukkig gold dat ook voor het humorgehalte anders was dit gezelschap onuitstaanbaar geweest. Joris paste qua persoonlijkheid naadloos in dit bizarre gezelschap. Maar, al kon hij fantastisch hockeyen, een bal trappen over meer dan tien meter ging hem minder goed af. Daar stond tegenover dat hij in zijn hockeyjaren een loop- en afpaktechniek met van die kleine pasjes had ontwikkeld waarover geen enkele voetballer beschikt, dus kwam hij vaak aan de bal. Die moest hij dan direct weer inleveren, waarop een dieptepass volgde, waarop … etc. Onnodig te zeggen dat dit gezelschap diverse malen kampioen werd, al was het alleen maar om het te vieren op een manier waar HFC 1 jaloers op was (dat dan ook nooit kampioen werd in die jaren). Bij verschillende gelegenheden bleek de rebelsheid van Joris te leiden tot conflicten die andere teamgenoten, hoe groot hun bek ook was, nooit kregen. Eggie Poster, aanvoerder van de F.C., memoreerde bij de uitvaartplechtigheid de diverse keren dat Joris door groter uitgevallen ploeggenoten moest worden beschermd tegen een bouw- of andere vakker die hij zwaar had beledigd: `Waar Joris was, was commotie.` Zo moest je tegen Joris in een restaurant ook niet zeggen dat hij een kostbare vaas niet op de grond zou durven gooien. ´O nee?´ Binnen een split-second lag het kristal in duizenden stukjes tot aan de voordeur.
 
Dat rebelse en conflictueuze had hij van geen vreemde. Hoe keurig hij er ook uitzag, Joris kwam uit een familie van strijdvaardige linkse nonconformisten waarin hoge begaafdheid en psychopathologie hand in hand gingen en conflicten altijd op de loer lagen. Zijn moeder was de dichteres Sonja Prins (1912-2009) die vanwege haar verzetsactiviteiten in WO II in Ravensbrück terecht is gekomen. Mede daardoor heeft ze voor haar kinderen in hun jonge jaren niet veel kunnen betekenen. Zijn grootvader was Apie Prins (1884-1958), een bekende Amsterdamse avonturier, vertaler en journalist die bij de Bezige Bij een boek liet verschijnen onder de veelzeggende titel ´Ik ga m´n eige baan´. Tegenovergesteld aan wat je zou verwachten had hij met zijn een-eiïge tweelingbroer Michiel een uiterst moeizame relatie. Het was dan ook verbluffend dat er tijdens de uitvaartplechtigheid een ontroerend-intieme dichterlijke hommage van juist die broer – ook al enkele jaren dood - aan Joris werd voorgelezen: / ook nu ik oud en droomloos ben / droom ik nog steeds dezelfde droom: / mijn lang vergeten tweelingbroer / zwemt met mij /.
 
Zoals eigenlijk niets in het leven van Joris ´normaal´ genoemd kon worden, had hij ook de meest wonderlijke maatschappelijke loopbaan. Intelligent als hij was, kwam hij op een toppositie bij het Handelsblad terecht die hij echter als relatief jongere moest opgeven toen dat blad fuseerde met de Nieuwe Rotterdammer. Vervolgens deed hij van alles voor kortere tijd. Hij heeft zelfs in Deventer gewerkt bij een firma onder de duistere naam IJsselbrein. Moe van het gesolliciteer naar white-collar banen waarin voornamelijk lucht werd verplaatst, besloot hij begin 80 om een ander talent aan te boren: hij kon aardig timmeren. Hij vertrok naar de kop van Overijssel waar hij eerst een aantal maanden bij ons bivakkeerde en een kippenhok en prachtige hoogslaper voor onze jongens maakte. Vervolgens ging hij in een schimmelige boerderij verderop wonen waar zijn brogues na een paar weken hoepelvormig uit de kast kwamen. Daarna vertrok hij in zijn rode bedrijfsfordje naar Haarlem om daar bij zowat elke Hondekop wel een kast, vloer of hok te timmeren. Toen waren Scheveningen en Den Haag aan de beurt waar hij als opzichter en handyman een aantal bejaardenflats op orde hield. Teruggekeerd bij zijn oude liefde – hockey – vond hij bij HDM een nieuwe, Liesbeth, met wie hij tot zijn dood getrouwd was en die hem tot de rust bracht waar hij eindelijk wel eens aan toe was.
 
Zijn andere liefdes laat ik, met Joris, rusten, en ook zijn helaas zeer moeizame relatie met zijn kinderen. Als ik het talent en de tijd had, zou het mij geen moeite kosten om een roman te schrijven over het leven van deze man die, hoe complex hij ook in elkaar zat, zijn sportmaatjes nooit in de steek liet. Dat wil zeggen, totnutoe. De laatste keer dat ik hem zag was bij een van de maandelijkse lunches van ons voetbalteam waar hij trouw naar toe ging. ´Ga je binnenkort dood?´ vroeg ik. `Ja`, zei hij, ´maar is dat erg dan?´ Nonconformist, maar op en top gekleed, tot het eind. Bij zijn crematie droeg hij de donkerblauwe trui met het logo van de F.C. Hondekop.
 
Dag Joris.
 
Aryan van der Leij
 


Sponsors

Mededelingen

PARKEREN & ROUTE : VOLG VAN LIMBURG STIRUMSTRAAT PARKEERPLAATS s.v.p. bij de school (zie onder), niet bij de ingang cricketveld!
Volg route : Van Limburg Stirumstraat - niet naar Leidsevaartkant! LET OP ALLEEN PARKEREN IN DE ZIJSTRAAT VAN LIMBURG STIRUMSTRAAT (er staat een geel bord 'school' boven de Wagenweg) deze is 50 meter ten noorden van de wandelingang Wagenweg 240 bij EINDENHOUT. Vanaf parkeerplaats 200 meter lopen door het parkje met tuinkoepel naar het veld. Tas tillen svp, niet over schelpenpad trekken. Moet lukken :-). Auto's niet parkeren bij de ingang cricketveld. Lees verder

KNCB magazine CricketNL
Bekijk het nieuwste magazine van de cricketbond: CricketNL

CricketNL verschijnt wekelijks in het seizoen! Daarbuiten tweewekelijks. Lees verder