Spencer de Wijn (67) overleden

Bericht geplaatst op 01-06-2014

Geheel onverwacht is onze oud secretaris Spencer de Wijn overleden. Een In Memoriam van Aryan van der Leij over zijn oudste vriendje

 

Spencer was mijn oudste vriendje want we zijn kort na elkaar geboren in 1946 en woonden naast elkaar aan de Lorentzkade, de familie De Wijn in het huis waar hij in is blijven wonen, de familie van der Leij ernaast. Het barstte toen in die  buurt - nog zonder randweg, vrij uitzicht over de Houtvaart en de bollenvelden op Elswout - van de kinderen want de ouders hadden enthousiast aan de geboortegolf meegewerkt toen de oorlog eindelijk was afgelopen. Spencer en ik waren boezemvriendjes en altijd samen. We zijn ook een keer samen weggelopen omdat we de wereld wilden ontdekken en werden toen na een tocht over het spoor die voor 3jarigen toch lang moet zijn geweest door de bakker die nog immer huist aan het Emmaplein aan de voet van de Katholieke Bavo van straat geplukt. De krentenbol die we kregen herinnerden we ons allebei nog, jaren later. Kennelijk wisten we genoeg om de man aan onze achternaam en adres te helpen want hij belde een van de ouders die dan ook snel verscheen. Of we straf kregen weet ik niet meer. Je moet wel bedenken dat zelfstandigheid bij kinderen toen erg op prijs werd gesteld - wij waren geen pretparkgeneratie en de gezinnen waren ook veel groter (Spencer was de jongste van vier en ik van vijf) - en dat het aantal auto´s op de vingers van een hand te tellen was. Daar stond natuurlijk tegenover dat het spoor aldaar een rangeerterrein had waar zeer intensief heen en weer werd gereden met stoomlokomotieven waar wij graag naar keken.
Na het vertrek naar de Wagenweg van ons gezin in 51 zag ik Spencer niet meer tot wij tegelijkertijd lid werden van R&W. Hem was zijn oudere broer Quinten voorgegaan, bij mij was mijn vader - nooit gespeeld maar een liefhebber - de drijvende kracht. Direct met de harde bal - we waren toen 10, 11 (1957), eerder gebeurde toen niet. Zo hard mogelijk bowlen op wickets die gemeen konden stuiten, ook dat hoorde erbij. Blauwe plekken hoorden bij onze vaste uitrusting, we waren er vooral trots op als we de naad aan de binnenkant van een dij na een week nog zagen oplichten. Sindsdien is het aantal teams en wedstrijden dat we gedeeld hebben zeer groot. Van de jeugdcompetitie met teams die de namen van de toenmalige test landen droegen - inclusief Zuid Afrika, dat mocht nog. Spencer had iets bijzonders want hij was lefthander en beschikte ook over die klassieke lefthander veeg naar de fineleg corner die alle lefthanders om een of andere speling van de natuur hebben. Bowlen deed hij niet bij mijn weten maar wicketkeepen wel.
Van de tours die we samen meemaakten zijn die naar Derbyshire - 1961 (het was het jaar van de tour van het eerste naar Bath) en Sunderland (1965) het meest memorabel. Ik weet nog dat we in 61 samen hebben staan batten op een veld dat ik jarenlang als het allermooiste heb beschouwd (Darley Dale in Yorkshire), vanwege de ligging temidden van de heuvels waar in de verte een trein, getrokken door een dappere stoomlokomotief,  eerst moeizaam tegen een helling moest opstomen om er vervolgens sneller vanaf te denderen. Veel zullen we er in die scenery niet gemaakt hebben want we moesten ons ook wezenloos lopen vanwege de omvang van het veld. Darley Dale is, net als de krentenbol, een gedeelde herinnering gebleven.
Het laatste wapenfeit - voordat ik hem uit het oog verloor door mijn verhuizing naar het Oosten - is dat Spencer  deel uitmaakte van een elftal dat, tot verontrusting van de toenmalige R&Wnotabelen, nogal fors deed aan wat je tegenwoordig ´teambuilding´ zou noemen. Geheel tegen de R&Wtraditie in die toch vooral de egocentrische beleving predikt. Aan die verontrusting droegen de gemiddelde haardracht en onze opvatting dat we zelf wel uitmaakten wie wij als autoriteit beschouwden ook bij. Omdat dit het reserveteam was, R&W2, dat maar een klasse lager speelde dan het huidige eerste nu (overgangsklasse, hoger dan het huidige tweede), werd er met argusogen gekeken naar hoe wij tijdens wedstrijden, trainingen maar ook daarbuiten met het spel, de tegenstander en elkaar omgingen. Daar was overigens niets mis mee want we hadden erg veel plezier. Ik had het genoegen om aanvoerder van dit team te zijn waarvan Joris Jansen Schoonhoven en Oscar van Lennep de oudsten waren maar dat verder bestond uit babyboomers van de tweede helft van de 40-er jaren. Uit mijn achterhoofd: Boudewijn  Molenschot, Rolf Kramer, Robert Ligtenstein, Spencer dus, Marc Asselbergs, Maarten Tuininga, Paul Goosens, Peter Goosens, Gel Flieringa. Om even te illustreren hoe waardevol dit team was voor de club: op maandagavonden als de Spriet in elkaar werd gezet, was meestal het hele team aanwezig. Later is er ook flink geleverd aan allerlei bestuurs- en commissiefuncties in de club.
We misten het kampioenschap in 70 nipt door te verliezen van Hercules dat later direct via de eerste klasse naar de hoofdklasse doorstoomde. Spencer, hoewel klein van stuk, werd vaak als pinchhitter ingestuurd omdat het - er is weinig veranderd - altijd lastig is om op een left- en een righthander te bowlen. Dan smeerde hij er weer 20, 30 bij elkaar en stegen de winstkansen. Keepen deed hij in de tijd dat een (iets) jongere zoals Maarten of Gel er nog niet was of niet meer. Dat het tweede ondanks alle kritiek ook een opleidingsteam was mag blijken uit het rijtje: Paul, Marc, Maarten zijn doorgestroomd naar het eerste en hebben daar jarenlang in gespeeld.
In zo´n team, en in alle andere teams, was Spencer een uiterst waardevolle kracht. Hij snapte het spel en droeg naar vermogen bij, bewoog zich snel in het veld en was daar altijd betrouwbaar, in het stelen van eentjes was hij ook zeer goed en zeuren was er nooit bij. Voor een aanvoerder een zegen ...
Nog een anecdote uit de piepjonge jaren op R&W. Naast de later afgebrande tribune stond het clubhuisje. Aan de veldkant was er een grote opening die met luiken kon worden gesloten. Daarachter moe Schaafsma (`die had een reet,´ memoreerden Kraak (Freek van Muiswinkel) en Lingeman (Ruud Onstein) bij het 100-jarig bestaan van HFC). Wij kochten daar dropstengels, zwart-op-wit, zouthout, toverballen, en zo meer. Om een of andere reden was Spencer, klein van  stuk en toen getooid met kort stekeltjeshaar, haar favoriet. Als zij hem zag zei ze altijd met haar onvervalste Haarlemse accent: `Heej, Sonnepitje!´ Waarom ze hem zo noemde wisten wij niet maar als ik Spencer tegenkwam in de supermarkt was dat altijd het eerste wat ik riep. Dan antwoordde hij met ´Heej, Poelei´ want zo noemde Ella, de zuster van Jaap Vogelaar, mij altijd.
Zonnepitje, mijn oudste vriendje en voor velen een mooi mens, is dood. Hoewel we elkaar zelden meer zagen, voelt dat als een onherstelbaar gemis.

Aryan van der Leij



Sponsors

Mededelingen

PARKEREN & ROUTE : VOLG VAN LIMBURG STIRUMSTRAAT PARKEERPLAATS s.v.p. bij de school (zie onder), niet bij de ingang cricketveld!
Volg route : Van Limburg Stirumstraat - niet naar Leidsevaartkant! LET OP ALLEEN PARKEREN IN DE ZIJSTRAAT VAN LIMBURG STIRUMSTRAAT (er staat een geel bord 'school' boven de Wagenweg) deze is 50 meter ten noorden van de wandelingang Wagenweg 240 bij EINDENHOUT. Vanaf parkeerplaats 200 meter lopen door het parkje met tuinkoepel naar het veld. Tas tillen svp, niet over schelpenpad trekken. Moet lukken :-). Auto's niet parkeren bij de ingang cricketveld. Lees verder

KNCB magazine CricketNL
Bekijk het nieuwste magazine van de cricketbond: CricketNL

CricketNL verschijnt wekelijks in het seizoen! Daarbuiten tweewekelijks. Lees verder